Bevoegd gezag onder de Omgevingswet
Het bevoegd gezag behandelt een vergunningaanvraag, ontvangt meldingen en is - afhankelijk van het instrument en de regels - bevoegd voor toezicht en handhaving. Onder de Omgevingswet geldt als hoofdregel: bij veel andere activiteiten is de gemeente aan zet, terwijl bij wateractiviteiten vaak het waterschap beslist. Soms verschuift dat naar provincie of Rijk. In de praktijk wijst het Omgevingsloket het bevoegd gezag meestal automatisch aan. Toch kan de uitkomst bij een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning veranderen als u meerdere activiteiten combineert of als een zogeheten magneetactiviteit meespeelt.
De hoofdregel begint bij het type activiteit
De verdeling van het bevoegd gezag staat vooral in hoofdstuk 5 van de Omgevingswet en hoofdstuk 4 van het Omgevingsbesluit. Het stelsel volgt het uitgangspunt ‘decentraal, tenzij’: bevoegdheden liggen zoveel mogelijk lokaal, behalve als de wet ze nadrukkelijk bij provincie of Rijk legt. Eerst kijkt u dus naar het type activiteit: wateractiviteit of niet. Bij een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning wordt uiteindelijk één bevoegd gezag aangewezen. Een wateractiviteit en een niet-wateractiviteit moeten wel in afzonderlijke aanvragen worden ingediend.
Wateractiviteiten volgen een eigen stelsel
Voor wateractiviteiten geldt binnen de Omgevingswet een eigen bevoegd-gezagstelsel. Dat moet u apart lezen van de regels voor andere activiteiten, omdat de toedeling anders is opgebouwd. Ook hier maakt de wet onderscheid tussen enkelvoudige en meervoudige aanvragen. Dat voorkomt dat waterbelangen tussen algemene regels verloren gaan.
Hoofdregel: het waterschap beslist meestal
Bij een wateractiviteit is in veel gevallen het dagelijks bestuur van het waterschap het bevoegd gezag. Dat is het vertrekpunt voor vergunningen, meldingen en vaak ook voor toezicht. Alleen als de wet een uitzondering aanwijst, verschuift de beslissing naar een andere overheid. Juist daarom behandelt de Omgevingswet wateractiviteiten als een aparte categorie.
Magneetactiviteiten kunnen het bevoegd gezag verschuiven
Een magneetactiviteit is een activiteit binnen een gecombineerde wateraanvraag die het bevoegd gezag als het ware naar zich toetrekt. Daardoor kan niet langer het waterschap, maar gedeputeerde staten of een minister beslissen. De overheid die voor die magneetactiviteit bevoegd is, behandelt dan in beginsel de hele aanvraag als één samenhangend dossier.
Bij samenloop bepaalt de wet wie beslist
Van samenloop is sprake als bij één aanvraag meerdere bestuursorganen tegelijk in beeld komen. De wet bevat daarvoor voorrangs- en samenloopregels, zodat niet twee overheden tegelijk bevoegd gezag zijn. Een andere overheid verdwijnt daarmee niet uit beeld: zij kan nog steeds adviseren, instemming geven of inhoudelijk meelezen voordat het formele besluit valt.
Bij andere activiteiten is de gemeente vaak het vertrekpunt
Bij andere activiteiten dan wateractiviteiten is het college van burgemeester en wethouders meestal het eerste aanknopingspunt. Dat past bij het uitgangspunt (zie ook wat de Omgevingswet verandert voor gemeenten) dat besluitvorming zo dicht mogelijk bij de fysieke leefomgeving ligt. Toch kunnen provinciale belangen, rijksbelangen of andere specifiek aangewezen activiteiten tot een andere uitkomst leiden. Daarna wordt het onderscheid tussen enkelvoudige en meervoudige aanvragen beslissend voor de verdere behandeling.
Enkelvoudige aanvragen: meestal beslist het college van B&W
Gaat het om één activiteit, dan beslist meestal het college van B&W van de gemeente waar die activiteit plaatsvindt. Die hoofdregel kent wel uitzonderingen in de wet en onderliggende regels. Denk bijvoorbeeld aan een activiteit met een duidelijk provinciaal belang: dan kan gedeputeerde staten bevoegd gezag zijn in plaats van de gemeente.
Meervoudige aanvragen krijgen toch één beslisser
Ook bij een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning wijst de wet uiteindelijk één bevoegd gezag voor het geheel aan. Vallen alle aangevraagde activiteiten onder dezelfde overheid, dan is de uitkomst eenvoudig. Lopen de bevoegdheden uiteen, dan blijft B&W zonder magneetactiviteit vaak het vertrekpunt als één activiteit gemeentelijk is, tenzij een wettelijke uitzondering of specifieke voorrangsregel uit het Omgevingsbesluit voorgaat. Een wateractiviteit en een niet-wateractiviteit worden daarbij niet in één aanvraag gecombineerd. Combineren of splitsen kan daarom procedureel verschil maken.
Magneetactiviteiten trekken soms de hele aanvraag mee
In gewone taal is een magneetactiviteit een activiteit die het bevoegd gezag voor de hele aanvraag naar een andere overheid trekt. Dat speelt vooral bij meervoudige aanvragen met provinciale of rijksbelangen. Vraagt u bijvoorbeeld meerdere toestemmingen tegelijk aan en zit daar één rijksbevoegde activiteit tussen, dan kan het Rijk de hele aanvraag behandelen.
Bij meerdere uitzonderingen gelden specifieke voorrangsregels
Wijzen verschillende uitzonderingen naar verschillende overheden, dan bepalen niet een algemene hiërarchie maar de specifieke voorrangsregels wie beslist. Zonder magneetactiviteit gaat bij niet-wateractiviteiten het college van B&W vaak vóór provincie en Rijk; bij wateractiviteiten is het waterschap vaak bevoegd. Het Omgevingsbesluit bevat daarnaast regels voor uitzonderingssituaties en voor combinaties waarbij meerdere ministers in beeld komen.
Het Omgevingsloket helpt, maar de uitkomst moet kloppen
Bij een aanvraag of melding bepaalt het Omgevingsloket meestal automatisch welk bestuursorgaan bevoegd gezag is. Dat is praktisch, maar de wettelijke toedeling blijft leidend. Komt een aanvraag toch bij de verkeerde instantie binnen, dan moet die worden doorgestuurd. Daarbij kan de ontvangstdatum al relevant zijn voor proceduretermijnen. Het bevoegd gezag voor de vergunning is in beginsel ook bevoegd voor handhaving van die vergunning, bijvoorbeeld bij bouwen onder de Omgevingswet. Dat betekent niet automatisch dat hetzelfde orgaan ook bevoegd is voor handhaving van alle algemene regels; bij advies of instemming kan daarnaast sprake zijn van mede-handhaving.
Bevoegd gezag is niet hetzelfde als uitvoerder of adviseur
Bevoegd gezag is de overheid die juridisch de aanvraag behandelt, de melding ontvangt of het besluit neemt. Dat is iets anders dan de organisatie die stukken voorbereidt, inhoudelijk adviseert of instemming moet geven. Voor initiatiefnemers is dat onderscheid belangrijk: u wilt weten wie formeel beslist én wie inhoudelijk meekijkt. In de praktijk ziet u dat verschil vaak terug bij omgevingsdiensten en Rijkswaterstaat.
Wat doet de omgevingsdienst binnen dit speelveld?
Een omgevingsdienst voert vaak werkzaamheden uit rond vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies namens gemeenten of provincies. Dat maakt de omgevingsdienst nog niet automatisch tot bevoegd gezag. De formele beslissingsbevoegdheid blijft liggen bij het bestuursorgaan dat de wet aanwijst, behalve als een aparte bevoegdheidsregeling uitdrukkelijk iets anders bepaalt.
Wanneer Rijkswaterstaat namens het Rijk optreedt
Rijkswaterstaat kan namens de minister optreden binnen het beperkingengebied van rijkswateren en rijkswegen en bij bepaalde lozingen op rijksoppervlaktewater. In andere gevallen blijven gemeente of waterschap bevoegd gezag, terwijl Rijkswaterstaat adviseert of instemming geeft. Juist bij samenloop rond rijkswegen en wateractiviteiten draait het in de praktijk daarom vaak om rolverdeling, niet alleen om het label bevoegd gezag.
Mandaat, delegatie en overdracht vragen om extra scherpte
Mandaat, delegatie en overdracht kunnen ervoor zorgen dat een bevoegdheid anders wordt uitgeoefend dan op het eerste gezicht lijkt. Voor delegatie is een wettelijke grondslag vereist. Mandaat kan op grond van de Awb in beginsel worden verleend, tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Voor overdracht van de bevoegdheid als bevoegd gezag is artikel 5.16 van de Omgevingswet relevant en die mogelijkheid geldt alleen onder voorwaarden. Voor u telt vooral wie formeel verantwoordelijk blijft en wie het besluit feitelijk neemt.
Waar u de regels en praktijkinformatie snel terugvindt
Pakt u dit onderwerp praktisch aan, begin dan hier:
- Hoofdstuk 5 van de Omgevingswet: de hoofdregels over bevoegd gezag.
- Hoofdstuk 4 van het Omgevingsbesluit: de uitwerking en uitzonderingen.
- Het Omgevingsloket: eerste controle bij aanvragen en meldingen.
- Voor verdere praktijkverdieping bij SBO: de informatiepagina over de Omgevingswet, de basiscursus Omgevingswet, de cursus Waterwetgeving en de opleiding Vergunningverlening in de bouw.
Veelgestelde vragen in de praktijk
Rond bevoegd gezag duiken in de praktijk vaak twee extra vragen op: welke procedurele bepaling is belangrijk bij de behandeling van aanvragen, en hoe verhouden de bredere uitgangspunten van de Omgevingswet zich tot deze bevoegdheidsverdeling? Hieronder leest u het korte antwoord, zonder de systematiek onnodig ingewikkeld te maken.
Wat is de inhoud van artikel 16.15 van de Omgevingswet?
Artikel 16.15 staat in het stelsel van aanvraag en besluitvorming over de omgevingsvergunning. Praktisch regelt het advies over een aanvraag in aangewezen gevallen. Instemming is afzonderlijk geregeld in artikel 16.16 van de Omgevingswet; de aangewezen gevallen staan nader in het Omgevingsbesluit. Deze bepalingen wijzen niet zelf het bevoegd gezag aan, maar beïnvloeden wel hoe dat bevoegd gezag de aanvraag moet behandelen.
Wat zijn de officiële verbeterdoelen en maatschappelijke doelen van de Omgevingswet?
Er bestaat geen wettelijk vastgelegde, uniforme lijst van zeven principes. De wetgever noemt vier verbeterdoelen: inzichtelijk omgevingsrecht, de leefomgeving centraal, ruimte voor lokaal maatwerk en snellere besluitvorming. De maatschappelijke doelen staan in artikel 1.3 van de Omgevingswet. Die doelen en verbeteringen geven context aan het stelsel, maar wijzen niet zelf het bevoegd gezag aan.