Verschillen tussen Wob en Woo

20 oktober 2026 Leestijd: 8 minuten
Verschillen tussen Wob en Woo

Verschillen tussen Wob en Woo

De Woo heeft op 1 mei 2022 de Wob vervangen. Het grootste verschil is dat openbaarheid niet meer vooral afhangt van een verzoek van buitenaf: overheden moeten veel nadrukkelijker zelf informatie openbaar maken. Een Woo-verzoek bestaat nog steeds, maar het is niet langer het enige centrale spoor.

Ook op andere punten veranderde er iets, zoals de behandeling van persoonlijke beleidsopvattingen, de motivering bij oudere documenten en de nadruk op een betere informatiehuishouding. Hieronder lees je praktisch wat juridisch anders is, voor welke organisaties de Woo geldt en wat dit betekent voor zowel verzoekers als overheidsorganisaties.

De grootste verschuiving: van openbaarmaking op verzoek naar meer actieve openbaarheid

Onder de Wob liep openbaarheid in de praktijk vooral via een verzoek: iemand vroeg documenten op en het bestuursorgaan beoordeelde vervolgens wat wel en niet openbaar kon worden gemaakt. De Woo houdt dat systeem in stand, maar legt daarnaast veel sterker vast dat de overheid ook zélf informatie openbaar moet maken.

Dat is meer dan een accentverschil. Actieve openbaarmaking is onder de Woo een zelfstandige verplichting geworden. Tegelijk hangt de praktische impact af van de gefaseerde invoering, van uitzonderingsgronden en van de vraag hoe goed een organisatie haar informatie digitaal kan terugvinden en ordenen. Juist daar zit in de praktijk nog vaak het verschil tussen wettelijke ambitie en dagelijkse uitvoering.

Welke informatie nu actief naar buiten moet

  • De Woo verplicht bestuursorganen om zich in te spannen om informatie actief openbaar te maken, voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is.
  • Daarnaast gelden verplichte categorieën van actieve openbaarmaking die gefaseerd in werking treden.
  • Niet elke soort informatie staat daarom automatisch direct online; per 30 september 2026 geldt niet voor alle wettelijke categorieën al een algemene publicatieplicht.
  • Publicatie verloopt via officiële overheidskanalen. Dat betekent niet dat elk concept, intern kladstuk of iedere tussenversie vanzelf openbaar wordt.

Waarom de Wob plaatsmaakte voor de Woo

De Wob is per 1 mei 2022 vervangen door de Wet open overheid, de Woo. Daarmee wilde de wetgever verder gaan dan het oude systeem, waarin openbaarheid vaak pas echt op gang kwam nadat iemand daarom vroeg.

De aanleiding lag in een bredere roep om transparantie, mede onder druk van publieke affaires en het groeiende belang van democratische controle en vertrouwen in de overheid. De Woo is daarom breder opgezet dan alleen een wet voor informatieverzoeken. Naast openbaarmaking op verzoek geeft zij ook een expliciete plaats aan actieve openbaarmaking en aan goed datamanagement in de overheid, dat nodig is om documenten überhaupt te kunnen vinden en beoordelen.

Zo werkt een Woo-verzoek in de praktijk

Een Woo-verzoek is een verzoek om publieke informatie die is neergelegd in documenten en berust bij een Woo-orgaan, of die in bepaalde gevallen kan worden gevorderd. Zo’n document moet naar zijn aard verband houden met de publieke taak. Het gaat dus niet alleen om formele rapporten of brieven, maar om overheidsinformatie die al ergens is vastgelegd.

Zo’n verzoek kan mondeling, schriftelijk of elektronisch worden gedaan. De procedure moet toegankelijk zijn. Voor de behandeling zelf wordt geen algemeen tarief genoemd, maar voor het vervaardigen van kopieën of andere informatiedragers kan een redelijke vergoeding worden gevraagd binnen wettelijke maximumtarieven. Komt je verzoek bij het verkeerde loket terecht, dan wordt het voor dat deel doorgestuurd als bekend is waar de informatie berust, of helpt het bestuursorgaan je bij het vinden van het juiste bestuursorgaan.

Wie een verzoek kan doen en waar het thuishoort

In beginsel kan iedereen een Woo-verzoek indienen; je hoeft normaal gesproken geen persoonlijk belang aan te tonen. Het verzoek moet wel terechtkomen bij het bestuursorgaan dat de publieke informatie heeft. Berust de informatie bij een ander bestuursorgaan, dan wordt het verzoek voor dat deel doorgestuurd als bekend is waar de informatie berust. In bepaalde gevallen kan een bestuursorgaan ook informatie vorderen van een instelling, dienst of bedrijf dat onder zijn verantwoordelijkheid werkt. Hoe concreter je het onderwerp, dossier, tijdvak of de betrokken organisatie omschrijft, hoe groter de kans op een snellere en gerichtere afhandeling.

Aan welke eisen een Woo-verzoek moet voldoen

  • De gevraagde informatie moet voldoende concreet zijn omschreven.
  • De informatie moet al bestaan; de overheid hoeft geen nieuwe documenten voor je te maken.
  • De informatie moet zijn vastgelegd, bijvoorbeeld in documenten, e-mails of berichten.
  • De inhoud moet gaan over publiek beleid, de voorbereiding daarvan of de uitvoering ervan.
  • Een juridisch perfecte formulering is niet nodig, maar bij een te ruim of onduidelijk verzoek moet je de kans krijgen om het te verduidelijken of te preciseren.

Hoeveel tijd een bestuursorgaan heeft

De standaardbeslistermijn onder de Woo is vier weken. Die termijn mag in beginsel één keer worden verlengd met maximaal twee weken. Als een verzoek eerst moet worden verduidelijkt of hersteld, heeft dat invloed op het verloop van de behandeling. De wettelijke termijnen zijn duidelijker omlijnd, maar bij omvangrijke of complexe verzoeken kan overleg nodig zijn over fasering.

Welke informatie onder de Woo valt

De reikwijdte van de Woo is breed. Het gaat niet alleen om formele brieven, memo’s of rapporten, maar om allerlei bestaande informatie die bij een bestuursorgaan berust en relevant is voor de publieke taak. Daardoor kunnen ook agenda’s, notities, bijlagen en andere documentsoorten in beeld komen.

Dat geldt ook voor digitale informatieobjecten. E-mails, sms-berichten en WhatsApp-berichten kunnen onder de Woo vallen als daarin relevante overheidsinformatie is vastgelegd. De grens blijft wel dat het moet gaan om bestaande, vastgelegde informatie. Een bestuursorgaan hoeft dus geen nieuwe analyse, samenvatting of document te creëren alleen omdat daarom wordt gevraagd.

Persoonlijke beleidsopvattingen en oudere documenten

Persoonlijke beleidsopvattingen blijven onder de Woo een belangrijk discussiepunt. Het gaat om persoonlijke meningen, voorstellen, beoordelingen of conclusies van ambtenaren of bestuurders in documenten voor intern beraad. Feiten en andere overwegend objectieve onderdelen vallen niet onder dat begrip. De Woo biedt ruimte voor niet-herleidbare verstrekking en verplicht die bij documenten voor formele bestuurlijke besluitvorming door bepaalde bestuursorganen, tenzij intern beraad onevenredig wordt geschaad. Die kwalificatie mag niet te makkelijk worden gebruikt om hele documenten buiten beeld te houden. Bij informatie die ouder is dan vijf jaar moet bovendien zwaarder worden gemotiveerd waarom openbaarmaking toch achterwege blijft.

Wanneer een bestuursorgaan informatie mag weigeren

Type weigeringsgrond Hoe werkt het? Voorbeelden
Absolute weigeringsgronden Als zo’n grond van toepassing is, mag de informatie niet openbaar worden gemaakt. Er vindt dan geen belangenafweging plaats. Bijvoorbeeld belangen van de staatsveiligheid of vertrouwelijk verstrekte bedrijfs- en fabricagegegevens.
Relatieve weigeringsgronden Hier moet het bestuursorgaan het belang van openbaarheid afwegen tegen het belang dat bescherming verdient. Dat kan leiden tot gedeeltelijke openbaarmaking, bijvoorbeeld met weglakkingen. Bijvoorbeeld de persoonlijke levenssfeer, toezicht- en inspectiebelangen of het goed functioneren van de staat en andere bestuursorganen.
Motivering van de weigering Een afwijzing op een relatieve weigeringsgrond moet uitdrukkelijk worden gemotiveerd. Het bestuursorgaan moet toelichten per document en, waar nodig, per weggelakt onderdeel welke grond is toegepast en waarom het belang van openbaarheid daar niet voorrang krijgt.

Voor welke organisaties de Woo geldt

De Woo geldt in elk geval voor bestuursorganen, zoals ministeries, gemeenten, provincies en waterschappen. Ook de in de wet expliciet genoemde organen vallen onder de Woo. Een instelling, dienst of bedrijf dat onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkt, kan relevant zijn voor de behandeling van een verzoek; het verantwoordelijke bestuursorgaan beslist daarop. Het enkele beschikken over relevante overheidsinformatie maakt een organisatie niet zelfstandig Woo-plichtig. De Woo geldt niet voor de overheden van Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba); voor die bestuursorganen geldt de Wet openbaarheid van bestuur BES. Dit staat los van Woo-verzoeken aan Nederlandse rijksorganen over documenten die betrekking hebben op Caribisch Nederland.

Nieuwe rollen en verplichtingen rond openbaarheid

De Woo introduceert niet alleen andere regels, maar ook andere verwachtingen in de uitvoering. Elk bestuursorgaan wijst een of meer Woo-contactpersonen aan voor vragen over de beschikbaarheid van publieke informatie. In de praktijk kunnen zij ook helpen bij het verduidelijken of vinden van informatie; deze rol beslist niet zelfstandig over de inhoudelijke uitkomst. Daarnaast heeft het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding (ACOI) een taak in adviseren, onderzoeken en in bepaalde gevallen bemiddelen.

Minstens zo belangrijk is de extra nadruk op informatiemanagement en archivering in de digitale overheid. Overheidsorganisaties moeten relevante informatie kunnen opslaan, terugvinden en beoordelen om openbaarheid werkbaar te maken. De ontwikkeling van de generieke Woo-voorziening en de volgende tranches van verplichte actieve openbaarmaking liep in 2026 vertraging op. Voor professionals die hiermee werken, is actuele kennis van de Woo daarom vooral praktisch noodzakelijk.

Overheid
Judith de Leede
Judith de Leede
LinkedIn

Judith de Leede is inhoudelijk adviseur bij Euroforum en geeft sturing aan de merken SBO, SMI en Euroforum op het gebied van Incompany-opleidingen. Zij verbindt mensen en organisaties rondom actuele vraagstukken van directie tot uitvoering en vertaalt deze naar impactvolle leertrajecten. Met haar brede netwerk van docenten en experts realiseert zij maatwerkprogramma’s voor onder andere gemeenten, bedrijven en onderwijsinstellingen. Haar focus ligt op thema’s als AI, datagedreven werken, finance & control, veiligheid en digitalisering (Outlook en CoPilot voor de doelgroep Assistants). Judith versterkt de autoriteit van Euroforum door haar expertise en praktische kennis zichtbaar te maken via toegankelijke en actuele content.