Lesmateriaal voor de Week van de Mediawijsheid
De Week van de Mediawijsheid is een praktisch moment om met leerlingen te werken aan veilig, kritisch en bewust mediagebruik. Juist in deze week kunt u onderwerpen als online gedrag, privacy, nepnieuws en digitale balans concreet maken met lessen die aansluiten op wat leerlingen dagelijks zien en doen.
Passend lesmateriaal hangt daarbij af van drie dingen: het onderwijsniveau, het thema dat u kiest en de tijd die u beschikbaar heeft. Voor één les werkt vaak iets anders dan voor een workshop of korte lessenreeks. Deze pagina helpt u kiezen tussen materiaal voor de actieweek zelf en materiaal dat ook bruikbaar is binnen digitale geletterdheid in het onderwijs, burgerschap en vervolg in de rest van het schooljaar.
Kies lesmateriaal dat past bij uw groep, tijd en leerdoel
Goed kiezen begint bij het resultaat dat u wilt bereiken. Gaat het vooral om bewustwording, een klassengesprek, het oefenen van vaardigheden of een eerste stap naar een doorlopende leerlijn? Dan wordt ook sneller duidelijk welke vorm past: een losse les, spelvorm, workshop of korte reeks. Plaats mediawijsheid daarbij niet los van de rest van het onderwijs, maar verbind het met digitale geletterdheid, informatievaardigheden, online gedrag en kritisch mediagebruik. Wat werkt bij jonge leerlingen, werkt niet automatisch in het vo, mbo of gespecialiseerd onderwijs. Beoordeel materiaal daarom altijd zelf op actualiteit, betrouwbaarheid en geschiktheid voor uw school; veel overzichten cureren vooral, maar toetsen niet alles volledig op kwaliteit of context.
Gebruik het actuele jaarthema als kapstok voor uw lessen
De Week van de Mediawijsheid 2026 vindt plaats van 6 tot en met 13 november 2026 en staat voor het derde en laatste jaar in het teken van gezond schermgebruik. Het jaarlijkse campagnethema kan vooral goed werken als u het direct vertaalt naar uw eigen klaspraktijk:
- Maak het thema concreet met vragen uit de leefwereld van leerlingen: wat zien, delen, geloven of bespreken zij online?
- Gebruik één thema als ingang voor meerdere doelen, zoals digitale balans, online gedrag, kritisch kijken en verantwoord delen.
- Bekijk het actuele aanbod, eventuele toolkit en lesmaterialen op de officiële campagnewebsite. Controleer per editie welke materialen beschikbaar zijn en voor welk niveau ze bedoeld zijn.
- Deel na afloop met collega’s wat werkte, zodat de actieweek meer oplevert dan één losse activiteit.
Welk lesmateriaal past bij welk onderwijsniveau?
Voor passend lesmateriaal in de Week van de Mediawijsheid helpt het om eerst per onderwijsniveau te kiezen.
| Onderwijsniveau | Wat werkt vaak goed? | Aandachtspunten |
|---|---|---|
| po | Concrete situaties, speelse opdrachten, beeld, korte werkvormen en sterke begeleiding. | Maak onderscheid tussen jongere en oudere leerlingen en houd voorbeelden dicht bij hun dagelijkse mediagebruik. |
| vo | Dilemma’s, actualiteit, debat en casussen over sociale media, nepnieuws, AI en online keuzes. | Geef ruimte voor nuance, argumentatie en verschillende perspectieven. |
| mbo | Praktijkgericht materiaal dat aansluit op burgerschap, stage, werk en professionele communicatie. | Koppel thema’s aan herkenbare beroepssituaties en zelfstandige afwegingen. |
| gespecialiseerd onderwijs | Visuele, veilige en stapsgewijze werkvormen met herhaling en voorspelbaarheid. | Werk klein, concreet en met extra aandacht voor sociale veiligheid en transfer naar de praktijk. |
Werk met thema’s die direct klassengesprekken opleveren
Zoeken op thema kan sneller zijn dan zoeken op aanbieder. Als in uw klas vooral vragen leven over privacy, groepsdruk of nepnieuws, kies dan materiaal dat precies dat vraagstuk opent. Sterke mediawijsheidslessen combineren kennis met gesprek, reflectie en toepassing in herkenbare situaties. Tijdens de actieweek hoeft u niet alles te behandelen. Overweeg één of twee thema’s te verdiepen, zodat leerlingen ruimte krijgen voor gesprek, oefening en reflectie.
Online veiligheid, privacy en cyberweerbaarheid
Lesmateriaal over online veiligheid kan bruikbaar zijn als het verder gaat dan alleen waarschuwen. Leerlingen hebben weinig aan een algemene boodschap als “pas op online” als niet duidelijk wordt wat dat in hun dagelijkse praktijk betekent. Goed materiaal maakt concreet wat privacy is, welke gegevens apps en platforms verzamelen, wat cookies en trackers doen en waarom foto’s, locaties of accountgegevens gevoelig kunnen zijn. In het po sluit u eerder aan bij herkenbare keuzes, zoals veilig gamen, chatten met onbekenden, wel of niet iets delen en het bespreken van toestemming, respect en schoolafspraken rond filmen of fotograferen. Bij het maken en publiceren van herkenbaar beeldmateriaal door scholen gelden AVG-regels; voor leerlingen onder 16 is bij publicatie doorgaans toestemming van ouders nodig, vanaf 16 van de leerling zelf. In het vo en mbo kan het materiaal complexere situaties openen, zoals phishing, hacking, online oplichting, dataverzameling, grooming en doxing.
Belangrijk is dat leerlingen niet alleen risico’s leren benoemen, maar ook signalen leren herkennen. Lesmateriaal kan sterker worden als leerlingen actief oefenen met vragen als: waaraan herkennen zij een verdachte link of een nepverzoek, hoe controleren zij een afzender of website en wanneer is een vraag om persoonlijke gegevens, inlogcodes of beeldmateriaal een duidelijke rode vlag? Scenario’s, screenshots, keuzekaarten, dilemma’s of rollenspellen kunnen geschikt zijn om toepassing te oefenen, omdat leerlingen dan niet alleen luisteren maar ook toepassen. Zo leren zij stap voor stap onderscheid maken tussen onschuldige online interactie en gedrag dat onveilig of manipulerend is.
Minstens zo belangrijk zijn de handelingsopties. Goed lesmateriaal geeft leerlingen iets om op terug te vallen als er wél iets misgaat. Denk aan blokkeren, melden, bewijs bewaren, privacy-instellingen aanpassen, wachtwoorden wijzigen, hulp vragen aan een ouder, mentor of vertrouwenspersoon en weten via welke route de school incidenten oppakt. Daarmee verschuift de les van angst naar weerbaarheid. U leert leerlingen niet alleen wat zij moeten vermijden, maar ook wat zij kunnen doen als een account is gehackt, een betaalverzoek niet klopt, een foto is doorgestuurd of iemand online over grenzen gaat.
Neem in dit thema daarom altijd zowel preventie als herstel mee. Preventie gaat over afspraken vooraf: bewust delen, sterke beveiliging, kritisch klikken, zorgvuldigheid met andermans gegevens en nadenken over wat online zichtbaar blijft. Weerbaarheid gaat over handelen na een incident: rustig blijven, hulp inschakelen en passende stappen zetten. Sluit waar mogelijk aan bij de afspraken en meldroutes van uw school, zodat leerlingen merken dat online veiligheid niet alleen een lesonderwerp is, maar ook onderdeel van een bredere schoolaanpak.
Let ten slotte op de vorm. Jongere leerlingen hebben meestal meer aan concrete voorbeelden, pictogrammen en korte klassengesprekken dan aan abstracte uitleg over data. Oudere leerlingen kunnen vaak beter uit de voeten met casussen, nieuwsvoorbeelden en gesprekken over verantwoordelijkheid, groepsdruk en grenzen. In gespecialiseerd onderwijs is een rustige, visuele en voorspelbare opbouw extra belangrijk. Voor alle niveaus geldt hetzelfde uitgangspunt: kies materiaal dat leerlingen niet alleen laat schrikken van risico’s, maar hen helpt om veiliger en zekerder online te handelen.
Nepnieuws, bronnen en online manipulatie
Lesmateriaal over nepnieuws is bruikbaar als het niet blijft bij de vraag of iets waar of onwaar is. Leerlingen moeten oefenen met bronbeoordeling: wie publiceert iets, met welk doel, op basis van welke bron en via welk kanaal? Laat hen verschillen onderzoeken tussen feit, mening, framing, satire, reclame en misleiding. Dan wordt ook duidelijk dat online manipulatie niet alleen zit in een volledig verzonnen bericht, maar ook in clickbaitkoppen, gemonteerde beelden, AI-gegenereerde content, quotes zonder context of berichten die vooral inspelen op emotie en snelheid.
Betrek ook de rol van journalistiek, sociale platforms en algoritmes. Waarom lijkt iets geloofwaardig omdat het vaak gedeeld wordt? Hoe sturen platforms aandacht? Werkvormen kunnen hier geschikt zijn als leerlingen actief vergelijken, checken en onderbouwen. Laat ze bijvoorbeeld twee berichten naast elkaar leggen, de oorspronkelijke bron terugzoeken, een claim verifiëren en uitleggen waarom informatie betrouwbaar, twijfelachtig of misleidend is. Zo oefenen zij kritisch lezen én beargumenteren.
Sociale media, online gedrag en digitale balans
Bij sociale media gaat het zelden alleen over apps. Dit thema raakt identiteit, erbij willen horen, reageren onder druk, grenzen stellen en omgaan met wat anderen van u zien. Passend lesmateriaal maakt ruimte voor veilige gesprekken over herkenbare situaties: een groepschat die uit de hand loopt, iets plaatsen voor likes, blijven scrollen terwijl u wilt stoppen of moeite hebben om nee te zeggen tegen delen.
Goede werkvormen nodigen uit tot reflectie zonder te moraliseren. Leerlingen onderzoeken hun eigen gewoonten, wat sociale media met hun aandacht doen en welke keuzes helpen om digitaal in balans te blijven. Zo verbindt u online gedrag, digitale balans en respectvolle omgangsvormen aan dagelijks handelen en aan digitaal burgerschap in het onderwijs.
Beeldvorming, reclame en rechten online
Lesmateriaal over beeldvorming helpt leerlingen zien dat beelden niet neutraal zijn. U kunt werken met voorbeelden van uitsnede, filters, volgorde en beeldmanipulatie: hoe sturen beelden emoties, indrukken en oordelen? Daarmee bouwt u aan visuele geletterdheid en leren leerlingen kritischer kijken naar nieuws, sociale media en content van influencers.
Neem ook commerciële beïnvloeding mee. Reclame zit niet alleen in advertenties, maar ook in gesponsorde posts, aanbevelingen, creators en de platformlogica die aandacht beloont. Koppel dit onderwerp aan rechten en verantwoordelijkheid online: gebruik van andermans foto, video of muziek vereist vaak toestemming, maar voor onderwijs gelden onder voorwaarden uitzonderingen en soms een billijke vergoeding. Controleer daarom doel, omvang, bronvermelding, licenties en de afspraken van de instelling. Bespreek ook wat auteursrecht betekent en hoe u respectvol omgaat met content van anderen. Zo leren leerlingen media niet alleen consumeren, maar ook beter doorzien, maken en delen.
Maak van één actieweek een doorlopende aanpak
U kunt succesvolle lessen meteen vastzetten in het schooljaar:
- Neem werkende thema’s en opdrachten op in digitale geletterdheid, burgerschap, mentorlessen of projectonderwijs.
- Leg na de week vast welke materialen, werkvormen en vragen goed werkten, zodat collega’s daarop kunnen voortbouwen.
- Gebruik voor verdere verdieping ook bestaande SBO-inhoud over mediawijsheid in de klas, AI-geletterdheid voor vo en mbo en burgerschapsonderwijs.
- Werk waar passend vanuit competentiemodellen, de huidige wettelijke burgerschapsopdracht en de conceptkerndoelen digitale geletterdheid. De digitale-geletterdheidskerndoelen zijn nog niet wettelijk verplicht; inwerkingtreding wordt verwacht per 1 augustus 2027.