Digitale geletterdheid in het voortgezet onderwijs

22 oktober 2026 Leestijd: 6 minuten

Digitale geletterdheid in het voortgezet onderwijs

Digitale geletterdheid in het voortgezet onderwijs gaat over veel meer dan een device kunnen gebruiken. Leerlingen moeten veilig, kritisch, creatief en doelgericht omgaan met informatie, media, technologie en digitale tools. In de praktijk lopen daarbij de vier bekende onderdelen van digitale geletterdheid in het onderwijs en landelijke curriculumkaders vaak door elkaar. Daarom vind je hier een praktisch overzicht: wat er precies onder valt, wat kerndoelen en kaders betekenen en hoe je dit vertaalt naar curriculum, lespraktijk en schoolorganisatie. Waar het in dit artikel over nieuwe kerndoelen gaat, betreft dit de onderbouw van het vo; voor de bovenbouw zijn de examenprogramma’s het landelijke kader.

Waarom digitale geletterdheid nu een belangrijke voorbereidingsopgave is

Opgroeien met technologie maakt leerlingen niet automatisch digitaal vaardig, kritisch of weerbaar. Digitaal vertrouwd gebruik betekent niet automatisch dat leerlingen alle vaardigheden voor kritisch, veilig en verantwoord handelen beheersen. Scholen kunnen daarom expliciet aandacht besteden aan bronbeoordeling, privacy, online communicatie, beïnvloeding en digitaal burgerschap in het onderwijs. In het vo raakt digitale geletterdheid direct aan leren, meedoen in de samenleving en voorbereiding op vervolgopleiding en werk. Het gaat dus niet alleen om techniek, maar ook om oordeelsvorming, creativiteit, verantwoordelijkheid en gezond digitaal gedrag. De definitieve conceptkerndoelen zijn nog niet wettelijk vastgelegd. De beoogde inwerkingtreding is 1 augustus 2027; scholen kunnen zich al voorbereiden.

Wat er precies onder digitale geletterdheid valt

Het veelgebruikte vierdomeinenmodel onderscheidt ICT-basisvaardigheden, informatievaardigheden, mediawijsheid en computational thinking. In de actuele definitieve conceptkerndoelen is digitale geletterdheid anders geordend: praktische kennis en vaardigheden, ontwerpen en maken, en de gedigitaliseerde wereld.

Onderdeel Wat leerlingen in het vo nodig hebben Voorbeelden in de praktijk
Praktische ICT-basisvaardigheden Werken met digitale leeromgevingen, bestanden beheren, veilig inloggen, instellingen begrijpen en doelgericht digitale tools inzetten. Presentaties maken, samenwerken in documenten, data verwerken en bewust omgaan met accounts en wachtwoorden.
Informatievaardigheden Informatie zoeken, selecteren, beoordelen en correct gebruiken. Bronnen vergelijken voor een werkstuk, AI-output controleren en betrouwbare informatie onderscheiden van misleiding.
Mediawijsheid Media kritisch duiden en verantwoord deelnemen aan online omgevingen. Nadenken over privacy, platformgebruik, online veiligheid, beïnvloeding, beeldvorming en gedrag in groepsapps of op sociale media.
Computational thinking Problemen stap voor stap analyseren en oplossingen ontwerpen. Patronen herkennen, een proces uitschrijven, eenvoudige code gebruiken of digitale producten ontwerpen.

Deze onderdelen staan niet los van elkaar. Bij onderzoeken, presenteren, samenwerken of het maken van digitale content komen ze in echte schooltaken vaak tegelijk terug.

Wat de kerndoelen en landelijke kaders voor het vo betekenen

  • Een veelgebruikt inhoudelijk model beschrijft wat digitale geletterdheid omvat, bijvoorbeeld basisvaardigheden, informatievaardigheden, mediawijsheid en computational thinking.
  • In de actuele definitieve conceptkerndoelen is digitale geletterdheid geordend in praktische kennis en vaardigheden, ontwerpen en maken en de gedigitaliseerde wereld. Deze kerndoelen gelden inhoudelijk voor de onderbouw van het vo. Voor de bovenbouw zijn de examenprogramma’s het landelijke kader; die worden afzonderlijk geactualiseerd.
  • Op 30 september 2026 zijn de definitieve conceptkerndoelen nog niet wettelijk vastgelegd. Volgens de huidige planning treden zij naar verwachting op 1 augustus 2027 in werking. Scholen krijgen tot augustus 2031 voor implementatie.
  • Voor de schoolpraktijk betekent dit keuzes maken: wat geef je een plek in vaklessen, wat organiseer je in projecten en welke schoolbrede afspraken maak je over bijvoorbeeld AI-gebruik, privacy en online gedrag?

Van losse activiteiten naar een doorlopende leerlijn

Veel vo-scholen starten met losse projecten, maar een sterke aanpak vraagt om opbouw per leerjaar en onderwijsfase. Bepaal eerst welke leerdoelen elke leerling moet halen en koppel daar passende opdrachten en materialen aan. Sommige onderdelen passen logisch binnen bestaande vakken, zoals bronkritiek bij geschiedenis of data-analyse bij wiskunde. Andere thema’s vragen juist om aparte lessen, modules of vakoverstijgende projecten. Een goede leerlijn combineert functionele vaardigheden met reflectieve onderwerpen zoals nepnieuws, privacy, online gedrag en datagebruik.

Lesvoorbeelden die in vaklessen goed werken

Thema Vak of context Mogelijke leeractiviteit
Informatie beoordelen Nederlands, geschiedenis, profielwerkstuk Vergelijk bronnen, beoordeel betrouwbaarheid en verwerk bevindingen in een onderbouwd werkstuk of debat.
Online veiligheid en privacy Mentoraat, maatschappijleer, informatica Analyseer casussen rond groepsapps, privacy-instellingen en datadelen en maak een klas- of schoolprotocol.
Media-invloed en content maken CKV, talen, burgerschap Laat leerlingen een podcast, video of campagne ontwerpen en tegelijk reflecteren op framing en doelgroepbeïnvloeding.
Data, AI en programmeren Wiskunde, economie, informatica, projectonderwijs Werk met datasets, visualiseer uitkomsten, bespreek verantwoord AI-gebruik en bouw een eenvoudige digitale toepassing of code-oplossing.

Wat schoolbrede invoering op een vo-school vraagt

  • Een gedeelde visie: waarom is digitale geletterdheid belangrijk voor jullie leerlingen en wat wil je als school bereiken?
  • Een plan van aanpak met eigenaarschap: leg rollen vast voor schoolleiding, secties en bijvoorbeeld een i-coach, kartrekker of projectgroep.
  • Structurele agendering: bespreek voortgang niet incidenteel, maar vast in team- en sectieoverleggen.
  • Teamontwikkeling: breng competenties in kaart en versterk die via coaching, nascholing en praktische ondersteuning in de les.
  • Aanpalende expertise: betrek kennis over mediawijsheid in de klas, AI-geletterdheid, privacy en samenwerking met ouders of externe partners waar nodig.
  • Praktijkgerichte scholing kan helpen om visie en uitvoering te verbinden. SBO biedt opleidingen en trainingen voor onderwijsprofessionals, onder meer over AI-geletterdheid in vo en mbo, mediawijsheid, ICT/digitale didactiek en privacy.

Hoe je ontwikkeling volgt en onderwijs bijstuurt

Leerlingproducten, observaties, portfolio’s en passende toetsvormen kunnen samen inzicht geven in de ontwikkeling van digitale geletterdheid. Kies beoordelingsvormen die aansluiten op de beoogde leerdoelen. Formatieve evaluatie helpt om leerdoelen, leeractiviteiten en feedback beter op elkaar af te stemmen: wat kan een leerling al, wat vraagt nog oefening en welke volgende stap past daarbij? Die monitoring is ook waardevol op schoolniveau. Ze laat zien waar de leerlijn sterk is, waar bijsturing nodig is en welke professionalisering het team verder helpt.

Onderwijs
Lieveke Prinsen
Lieveke Prinsen
LinkedIn

Als projectmanager en teammanager opleidingen en congressen bij Euroforum en SBO, onderdeel van Cegos group, ontwikkelt Lieveke opleidings- en congresprogramma’s binnen de vakgebieden onderwijs en veiligheid. Als aanjager, onderzoeker en netwerker, verbindt ze vakinhoudelijke experts aan actuele en maatschappelijke thematiek en vertaalt ze daarmee buikpijndossiers, uitdagingen in werkveld naar concrete scholingproramma’s in de vorm van opleidingen, congressen en andere events.